Niet ontvangen maar toch belast inkomen
De belastingheffing gaat uit van de werkelijke situatie. Een werkelijke situatie is echter niet altijd wat je zo direct ziet. Zo kreeg een vader die werkte voor een B.V. van zijn kinderen een belastingaanslag naar een inkomen dat veel hoger was dan het bedrag dat hij – op papier – van de B.V. ontving. De belastinginspecteur haalde zijn gelijk bij de belastinginspecteur dat de vader een onzakelijk lage vergoeding voor zijn werkzaamheden had ontvangen en de juiste – lees hogere – vergoeding als resultaat uit overige werkzaamheden bij hem dient te worden belast. Er is sprake van dat vader de werkzaamheden formeel in de B.V. verricht, maar het zijn feitelijk de werkzaamheden van de vader zelf.
Mesthandel
Een vader verkeert in een privéfaillissement. Zijn zoon en dochter zijn ieder voor 50% aandeelhouder van een B.V.. Deze B.V. exploiteert onder meer een paardenpension, mesthandel en transportactiviteiten. Vader verricht in belangrijke mate de werkzaamheden. Hij stuurt voorts de administratie aan, verzendt de facturen, controleert de inkoopfacturen, sluit contracten af en hij werkt als chauffeur. Vader ontvangt hiervoor maar een beperkte vergoeding. De reden hiervoor is dat vader geen inkomen op eigen naam wil verdienen omdat dit in zijn failliete boedel valt en hij er dus niet van kan genieten.
De belastinginspecteur
De belastinginspecteur heeft vastgesteld dat vader de benodigde papieren heeft voor de vervoersvergunning. Alsook dat hij feitelijk alle werkzaamheden die samenhangen met de bedrijfsuitoefening voor zijn rekening neemt. Deze inzet van vader heeft geleid tot een flinke omzet. De belastinginspecteur rekent daarom (een deel van) deze omzet aan vader toe en belast dit bij hem als resultaat uit overige werkzaamheden. Dit is een categorie inkomen in box 1 naast winst en salaris. Voor de hoogte van de vergoeding kijkt de belastinginspecteur naar het resultaat dat in een normale zakelijke verhouding zou zijn betaald.
De belastingrechter
Omdat vader het niet met de belastinginspecteur eens is, gaat hij naar de belastingrechter. Bij het gerechtshof vangt hij vervolgens bot. De belastingrechter oordeelt dat de werkzaamheden een bron van inkomen vormen. De man neemt deel aan het economische verkeer en een voordeel is objectief te verwachten. De werkzaamheden vinden echter niet plaats in dienstbetrekking omdat een gezagsverhouding in de B.V. ontbreekt. Dat de vader het met de bedrijfsuitoefening behaalde voordeel niet zelf wil ontvangen, helpt hem ook niet. Nu in de procedure is vastgesteld dat vader vanwege de familieband met zijn kinderen bewust tegen een te lage vergoeding werkt, moet zijn beloning worden gecorrigeerd maar een zakelijke vergoeding. Omdat er geen dienstbetrekking is, is dit geen loon, maar het is ook geen winst uit onderneming. Daarom wordt dit fictief genoten inkomen bij vader belast als resultaat uit overige werkzaamheden. Voor welk bedrag? De belastingrechter stelt daarover vast dat de belastinginspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat zijn correcties juist zijn en volgt die dus ook.
Zakelijk handelen
Deze casus laat weer eens zien dat er altijd zakelijk gehandeld moet worden bij een B.V. of bij derden. Is daarvan geen sprake dan kan dit leiden tot gecorrigeerd hoger inkomen met een hoger te betalen bedrag aan belasting. Een te betalen bedrag aan belasting waar feitelijk geen inkomen tegenover staat. Om dan de belastingheffing te kunnen betalen, moet er ander inkomen of vermogen aanwezig zijn.
Vergrijpboete
Vader bofte ook nog een beetje. De belastinginspecteur had bij de correctie ook een vergrijpboete opgelegd. Door die boete werd door de belastingrechter een streep gezet. Er waren nog niet veel uitspraken van rechters over dit onderwerp en daarom was het wellicht niet geheel duidelijk onder welke bijzondere omstandigheden meer dan de daadwerkelijk ontvangen vergoeding tot het resultaat uit overige werkzaamheden moest worden gerekend. Daarom had vader een zogenoemd pleitbaar standpunt om uitsluitend het ontvangen inkomen in de belastingaangifte aan te geven. Dit pleitbaar standpunt leidde tot een vernietiging van de boete. Met deze uitspraak gaat die vlieger bij een volgende belastingplichtige, minder snel op.
mr. Erik Marcus RB- Remie Fiscaal Juridisch Adviesbureau – Uden

