Een monomestvergister is een gebouw
Monomestvergisting is, zeker in de melkveehouderij, in opkomst. Op steeds meer plaatsen in het buitengebied zien we de vergister komen. En doordat het steeds meer voorkomt gaat de belastingdienst er ook iets van vinden. Onlangs heeft een kennisgroep van de belastingdienst zich uitgesproken over het wezen en zijn van monomestvergisting (is het een gebouw of een installatie) en dan met name over de mogelijkheid van afschrijving. Dit is van belang voor het antwoord op de vraag of er fiscale afschrijvingsbeperkingen bestaan.
Monomestvergisting
Monomestvergisting wordt in de melkveehouderij nog niet op grote schaal toegepast, maar de belangstelling ervoor neemt toe. De techniek is vooral interessant voor grotere melkveebedrijven of samenwerkingsverbanden van melkveehouders, omdat daarvoor doorgaans voldoende mestvolume en een passende energiebenutting aanwezig zijn. Voor melkveehouders vormt de monomestvergister daarmee niet alleen een voorziening voor mestbewerking, maar ook een bedrijfsmiddel waarmee uit de eigen meststroom energie of groen gas wordt geproduceerd en verdiensten worden gerealiseerd. Mestvergisting kan, als onderdeel van het landbouwbedrijf, als agrarische activiteit wordt aangemerkt aldus RVO.
Kennisgroepstandpunt
De kennisgroep gebouwen van de belastingdienst heeft zich gebogen over de vraag of in de volgende situatie sprake is van een gebouw. En dat standpunt kan natuurlijk worden doorgetrokken naar andere situaties. Op een melkveebedrijf bevindt een melkstal en een monomestvergister. In de vergister wordt dagverse mest vergist. Door het vergistingsproces ontstaat biogas dat kan worden benut als energie voor het bedrijf en de boerderij. De monomestvergister beschikt over een mangat dat toegang geeft tot de vergister voor bijvoorbeeld onderhoud, inspectie of reiniging. Er zijn monomestvergisters die een deur naar een opslag hebben onder de vergister.
Gebouw
De kennisgroep komt tot de conclusie dat er sprake is van een gebouw zoals bedoeld in de Wet inkomstenbelasting 2001. Zij geeft aan dat het begrip gebouw – onder meer – volgens het spraakgebruik moet worden uitgelegd. En daaruit blijkt bijvoorbeeld dat een kenmerk van een gebouw is dat het duurzaam is verbonden met de grond en/of dat er een duurzame constructie is die niet eenvoudig verplaatsbaar/demonteerbaar en/of het wanden en dak heeft en bescherming biedt tegen wind en neerslag. Overigens blijkt daaruit ook dat de functie en/of bestemming van het gebouw niet van belang is voor de uitleg van het begrip.
Afschrijving
Het standpunt van de kennisgroep betekent dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen het gebouwdeel van de monomestvergister en de technische installatie. Voor het gebouwdeel gelden de afschrijvingsbeperkingen die bijvoorbeeld ook voor de melkveestal gelden. De fiscale afschrijving op het gebouwdeel is beperkt tot de bodemwaarde. Afschrijven is alleen mogelijk zolang de fiscale boekwaarde hoger is dan die bodemwaarde; de afschrijving mag niet tot een lagere boekwaarde leiden. Vanaf 2024 is de bodemwaarde voor gebouwen in beginsel gelijk aan 100% van de WOZ-waarde. De afschrijvingsbeperking ziet niet op de grond. Logisch want op grond is niet af te schrijven. Voor het gebouwdeel moet daarom een verdedigbare toerekening van de WOZ-waarde van het totale object worden gemaakt.
Technische installatie
De beperkingen gelden niet voor de technische voorzieningen van de vergister. Zoals bijvoorbeeld de pompen, de warmtewisselaars en de gasverwerkingsapparatuur. Hierop wordt afgeschreven op basis van hun eigen economische levensduur en restwaarde.
Overgangsregeling
Voor vergisters in eigen gebruik die vóór 1 januari 2024 in gebruik zijn genomen, kan onder voorwaarden gedurende maximaal drie jaar na ingebruikneming nog de oude bodemwaarderegeling van 50% van de WOZ-waarde relevant zijn. De Belastingdienst vermeldt deze overgangsregeling specifiek voor situaties waarin het gebouw vóór 2024 in gebruik is genomen en nog geen drie jaar is afgeschreven.
Willekeurige afschrijving
De hiervoor genoemde afschrijvingsbeperking geldt ook voor de mogelijkheid van willekeurige afschrijving. De kwalificatie van een vergister als gebouw betekent niet dat de Vamil is uitgesloten. Maar wel geldt dat door de Vamil-regeling de afschrijvingsbeperkingen niet opzij worden gezet. De Vamil-afschrijving moet binnen de grens van de bodemwaarde blijven. En natuurlijk moet zijn voldaan aan een code op de milieulijst.
mr. Erik Marcus RB- Remie Fiscaal Juridisch Adviesbureau – Uden

