De oudedagreserve als fiscale valkuil
De oudedagsreserve was tot haar afschaffing in 2023 een populaire aftrekpost. Ook op uw
balans staat waarschijnlijk nog een oudedagsreserve. Mogelijk realiseert u zich echter niet
dat op deze post een (forse) belastingclaim rust. Een claim die u moet betalen als u het bedrijf
staakt of als u het bedrijf aan de bedrijfsopvolger overdraagt. Het betalen van deze
belastingclaim kan worden uitgesteld door het bedingen van een lijfrente. Voor beide
situaties geldt dat hiervoor wel de financiële middelen aanwezig moeten zijn. In bepaalde
situaties kan het mogelijk zijn om de oudedagsreserve geleidelijk af te bouwen.
Oudedagsreserve
De oudedagsreserve (vroeger ook de for genoemd) was een fiscale regeling waarbij u ieder jaar
een deel van de winst mocht reserveren. Het bedrag van alle reserveringen staat (nog steeds) op
de balans van uw bedrijf. Het voordeel hiervan was dat u op deze manier een stuk belastingheffing
uitstelt en dit leverde u dus een voordeel op. De bedoeling was dat u zo een pensioen opbouwt
binnen uw bedrijf. Een ander voordeel was dat de bespaarde belastingheffing binnen het bedrijf
kon worden gebruikt. In 2022 mocht u nog maximaal 9,44% van de winst toevoegen aan de
oudedagsreserve met een maximum van € 9.632,–. Maar de oudedagsreserve is geen echte reserve
– waarvoor u het geld opzij hebt gezet – maar een uitgestelde belastingschuld. In 2023 is de
oudedagsreserve afschaft. De post mag op de balans blijven staan. De wetswijziging heeft
daardoor weliswaar niet tot directe belastingheffing geleid maar de belastingschuld bestaat dus
nog wel.
Opheffen
De afbouw – en dus de belastingheffing – vindt plaats als u uw bedrijf overdraagt aan de kinderen
en/of aan derden en/of als u het bedrijf staakt. Belastingheffing kan alsdan worden voorkomen
door het bedingen van een lijfrente bij een levensverzekeringsmaatschappij of via banksparen. De
uitkeringen uit de lijfrente of van het banksparen zijn bij u belast. Maar wel pas – dus verder uitstel
– als de uitkeringen worden ontvangen. En tegen een tarief dat afhankelijk is van de hoogte van
uw andere inkomen. Het bedrag waarvoor u een lijfrente kunt bedingen is afhankelijk van uw
persoonlijke omstandigheden. Het bedrag waarvoor u over de winst van 2025 een lijfrente kan
bedingen bedraagt maximaal € 566.197,–. Zo hoog zal de oudedagsreserve niet zijn.
Geldmiddelen
Om de belasting of de koopsom voor de lijfrente te kunnen betalen, is het verstandig daarvoor geld
te reserveren. Mocht u twijfelen of de stand van de oudedagsreserve op de balans wel het juiste
bedrag weergeeft, dan is het mogelijk om een bevestiging van de stand van de oudedagsreserve bij
de belastingdienst op te vragen. Daarmee voorkomt u in de toekomst elke discussie hierover en u
weet met welke bedrag aan belastingheffing u rekening moet houden.
Spreiding
Het kan interessant zijn – en in een aantal omstandigheden is dit mogelijk – om de oudedagsreserve
geleidelijk af te bouwen. Een afbouw van de reserve in combinatie met een laag inkomen kan met
zich meebrengen dat de afbouw tegen het laagste belastingtarief wordt belast. Een verplichte
afbouw van de reserve vindt plaats wanneer het ondernemingsvermogen lager is dan de stand van
de oudedagsreserve, u een bepaalde leeftijd heeft bereikt en er geen recht meer is op
zelfstandigenaftrek omdat niet aan het urencriterium wordt voldaan. Wellicht is het dan mogelijk
om uw ondernemingsvermogen te laten dalen door het doen van extra privé-opnamen. Is daardoor
het vermogen lager dan de opgebouwde oudedagsreserve dan valt het meerdere van de reserve in
de belastingheffing. Blijft de winst nog in de laagste belastingschijf dan is een lage
belastingheffing over de vrijval bereikt. En zo kunt u de oudedagsreserve in een paar jaar tegen
een laag belastingtarief afbouwen. In de allerlaatste fase kan, wanneer er geen andere winst meer
is, de stakingsafrek van € 3.630,– ook nog enige verlichting brengen. Het is wel goed om bij de
afbouw stil te staan voor de gevolgen voor eventuele toeslagen die u ontvangt. Dat een hoger
inkomen niet tot korting daarop leidt.
mr. Erik Marcus RB- Remie Fiscaal Juridisch Adviesbureau B.V. – Uden
e.marcus@remie.nl