Is een drastische inperking van de cultuurgrondvrijstelling in de overdrachtsbelasting in de maak?
De overdrachtsbelasting kent een vrijstelling voor de verkrijging van cultuurgrond in de agrarische sector. Een voorwaarde voor de toepassing van deze vrijstelling is dat de cultuurgrond gedurende een periode van 10 jaar na de verkrijging een agrarisch gebruik behoudt. Het is geen voorwaarde dat de koper van de cultuurgrond de grond zelf in het eigen bedrijf gebruikt. Een professionele belegger of een particulier die de cultuurgrond koopt en vervolgens verpacht of in erfpacht uitgeeft aan een agrariër verkrijgt ook de vrijstelling. Bij een tarief van 10,4% is dat een belangrijke vrijstelling.
Op 20 februari van dit jaar is in de Tweede Kamer een motie ingediend die oproept tot een beperking van de vrijstelling. De vrijstelling is volgens de indieners bedoeld voor agrariërs. De motie bepleit daarom dat de vrijstelling niet langer van toepassing wordt voor niet-agrariërs die cultuurgrond kopen. Dat maakt de aankoop van cultuurgrond een fors stuk duurder en daardoor minder aantrekkelijk. Het is op dit moment onduidelijk wat de wetgever met de motie gaat doen. Maar het lijkt verstandig dat wanneer u bezig bent met de aankoop van cultuurgrond die u niet zelf agrarisch gaat gebruiken, een voorspoedige afwikkeling van de transactie de voorkeur heeft.