Uitbreiding familievrijstelling overdrachtsbelasting
Een bedrijfsoverdracht binnen de familiesfeer hoort niet samen te gaan met belastingheffing. Gelukkig is dat ook vaak niet het geval. Er bestaan vrijstellingen en faciliteiten in de inkomsten-, de schenk-, en de overdrachtsbelasting. Met name in de overdrachtsbelasting vallen een aantal merkwaardige “gaten“ in het systeem van de vrijstellingen. Een overdracht aan de (groot) ouders, de partner en aan neven en nichten valt momenteel niet onder de vrijstelling. In voorkomende gevallen een ongewenste situatie. In ieder geval voor de partner lijkt hier – hopelijk – op korte termijn verandering in te komen. Of dat ook geldt voor andere familieleden lijkt onzeker.
Bedrijfsoverdrachten
Wanneer u het bedrijf van de ouders heeft verkregen of wanneer u het bedrijf aan een van de kinderen overdraagt, is de heffing van overdrachtsbelasting niet aan de orde. Daarvoor geldt een vrijstelling. Gelukkig maar want het tarief van de overdrachtsbelasting bedraagt 10,4%, te berekenen over de waarde van de onroerende zaken van het melkveebedrijf. Deze vrijstelling is momenteel echter alleen toepasbaar op bedrijfsoverdrachten aan een direct familielid zoals een kind of kleinkind. De eigen partner valt, net zoals neven en nichten, buiten de kring van personen die een beroep op de vrijstelling kan doen. Ook bij een terug overdracht aan de ouders geldt de vrijstelling niet.
Onderzoek
Over de mogelijke uitbreiding van de vrijstelling binnen de directe familiekring en naar de partner zijn in de Tweede Kamer vragen gesteld en de verantwoordelijk bewindspersoon heeft toegezegd een onderzoek in te stellen. Onder de directe familiekring moet worden verstaan de rechte lijn (ouders, kinderen en kleinkinderen). Daarnaast is toegezegd dat zou worden gekeken naar een uitbreiding naar neven en nichten van de ondernemer.
De staatssecretaris van Financiën heeft onlangs een brief naar de kamer gestuurd met informatie over de stand van zaken. In deze brief gaat de staatssecretaris in op de geschiedenis en de oorsprong van de vrijstelling (doel is om versnippering te voorkomen) en de uitbreiding van de kring van personen die in 2006 al heeft plaatsgevonden naar broers en zussen. Bij deze uitbreiding is de doelgroep doelbewust beperkt tot potentiële erfgenamen, omdat bij vererving ook geen overdrachtsbelasting hoeft te worden betaald, maar erfbelasting.
Geen verandering
Een verandering ziet er hoogstwaarschijnlijk niet aan te komen voor de (groot-)ouders. Vanuit de gedachte van bedrijfsoverdracht zonder versnippering en het doel om het bedrijf aan de volgende generatie over te dragen, is een vrijgestelde overdracht aan de (groot-)ouders voor de staatsecretaris niet logisch. In de regel wordt een onderneming door een kind niet aan zijn ouders overgedragen. Hetzelfde geldt voor de neven en nichten (en hun partners). Neven en nichten behoren niet tot de kring van directe erfgenamen waardoor een dergelijke uitbreiding niet aansluit bij het doel van de vrijstelling
Verandering
Verandert er dan helemaal niets? Jawel, de staatssecretaris staat positief tegenover een uitbreiding van de familievrijstelling naar de partner. Deze optie sluit volgens de staatssecretaris het meest aan bij het doel van de vrijstelling om versnippering ingeval van vererving te voorkomen, aangezien partners, naast kinderen, tot de kring van directe erfgenamen behoren. Als partner wordt aangemerkt de echtgenoot en de ongehuwd meerderjarige waarmee de ondernemer een samenlevingscontract heeft en die staat ingeschreven op hetzelfde woonadres in de basisregistratie personen.
Over het hoe en wanneer bestaat nog onduidelijkheid. Een uitbreiding van de familievrijstelling kost de overheid ook geld, want het leidt tot minder belastingheffing. Dat is wel in beeld gebracht en er is vastgesteld dat de gevolgen niet heel groot zijn en dat dit dus in beperkte mate zal leiden tot een dekkingsvraagstuk. Dus mogelijk kan dit in de begrotingsbehandeling voor 2026 worden opgenomen. En alsdan zou een wijziging per 1 januari 2026 wellicht een optie zijn. Dus wanneer een (gedeeltelijke) bedrijfsoverdracht aan de partner speelt, lijkt een dergelijke overdracht op zijn vroegst volgend jaar interessant te zijn om de heffing van overdrachtsbelasting te ontlopen.
mr. Erik Marcus RB- Remie Fiscaal Juridisch Adviesbureau – Uden