Uw zaken van alle kanten bekeken.
Fiscaal, juridisch én bedrijfseconomisch.
pelsdierenhouderij
Pelsdierenhouderij

Update Wet verbod pelsdierhouderij (7 september 2015)

Op 3 september 2015 heeft in Den Haag bij het gerechtshof de zitting plaatsgevonden in het hoger beroep dat de Staat heeft ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank van 21 mei 2014.

De rechtbank Den Haag oordeelde op 21 mei 2014 dat bij invoering van de Wet verbod pelsdierhouderij sprake is van regulering van eigendom in de zin van artikel 1 Eerste protocol van het EVRM en dat er geen sprake is van ‘fair balance’. Tegen het verbod op het houden van pelsdieren en de overgangsregeling tot 2024 staan, volgens de rechtbank, immers geen (adequate) vergoedingen. Om deze redenen heeft de rechtbank de wet buiten werking gesteld. Bij herstelvonnis van 18 juni 2014 heeft de rechtbank deze buitenwerkingstelling van de Wet verbod pelsdierhouderij uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat het oprichten en uitbreiden van pelsdierenhouderijen gedurende deze buitenwerkingstelling is toegestaan en dat instanties (zoals de NVWA) niet kunnen handhaven.

In het afgelopen jaar hebben beide partijen de gelegenheid gekregen om hun standpunten nader toe te lichten met onder andere (cijfermatige en economische) onderbouwingen ten aanzien van de schade die wordt geleden door de sector als gevolg van de Wet verbod pelsdierhouderij. Volgens de Staat lijdt de sector geen schade door de lange overgangstermijn die loopt tot 2024 en volgens de Staat kan deze termijn ook gebruikt worden om over te schakelen op een alternatieve bedrijfsvoering.

De feitelijke constatering  is echter dat er schade geleden wordt door de Wet verbod Pelsdierhouderij voor de periode vanaf 2024, dus de periode na de overgangstermijn. Vervolgens is er onder andere geen rekening mee gehouden dat er grote onzekerheid heerst in de sector die ervoor zorgt dat er al in een vroeg stadium (nu al, gedurende de overgangstermijn) aanzienlijke schade wordt geleden. Tevens blijkt alternatieve aanwending in de praktijk zeer moeilijk realiseerbaar. De NFE heeft gedetailleerde analyses laten maken die lijnrecht staan tegenover het standpunten van de Staat.

De rechters hebben bij de zitting van 3 september jl. aangegeven dat zij ernaar streven op 10 november 2015 uitspraak te doen. Er dient echter rekening te worden gehouden met de mogelijkheid tot uitstel. Naar verwachting zal uitspraak gedaan worden voor het einde van dit jaar.

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben, neem dan contact met ons op.  mw. mr. m.m.f. (Marleen) van den Witttenboer m.vandenwittenboer@remie.nl tel: 0413-241060