Uw zaken van alle kanten bekeken.
Fiscaal, juridisch én bedrijfseconomisch.
pelsdierenhouderij
Pelsdierenhouderij

Fiscale en financiële aandachtspunten als gevolg van actuele ontwikkelingen in de sector

In de periode tot en met 2013 waren de marktomstandigheden goed voor de pelsdierenhouders en werd er veel aandacht gevraagd voor fiscale advisering om de belastingdruk zo laag mogelijk te houden. Door een aantal actuele ontwikkelingen binnen de pelsdierenhouderij waaronder de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 21 mei jl. en de dalende marktprijzen in 2014, zijn de financiële en fiscale belangen anders dan voorheen. Derhalve is het nog steeds van belang om u fiscaal goed te laten adviseren, maar daarbij ligt de focus wel op andere aandachtspunten. 

Uitspraak rechtbank Den Haag

Op 15 januari 2013 is de Wet verbod pelsdierhouderij in werking getreden. Gedurende de periode van 15 januari 2013 tot 1 januari 2024 geldt een overgangsperiode waarin pelsdierenhouders onder specifieke voorwaarden hun bedrijf mogen voortzetten. Deze wet is echter bij vonnis van 21 mei jl. door de uitspraak van de rechtbank Den Haag buiten werking gesteld, omdat de Staat de schade van de pelsdierenhouders niet adequaat compenseert. De Staatssecretaris van Economische Zaken, mevrouw Dijksma, heeft naar aanleiding van het herstelvonnis van de rechtbank van 18 juni 2014, waarin de buitenwerkingstelling van de Wet verbod pelsdierhouderij uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, aangegeven dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit vooralsnog niet gaat handhaven, maar dat handelen in strijd met de Wet verbod pelsdierhouderij op eigen risico is.

Dalende marktprijzen

Ondanks de inwerkingtreding van het verbod was 2013 net als de voorgaande jaren een goed ‘nertsenjaar’. Bij de veilingen in het begin van 2014 zijn de marktprijzen echter enorm gedaald en staat de pelsdierensector onder druk. In sommige gevallen zijn de opbrengsten zelfs niet kostendekkend. Door deze situatie kunnen er liquiditeitsproblemen ontstaan bij de pelsdierenhouders. Door het goede ‘nertsenjaar’ in 2013 zal er immers een flinke inkomsten- dan wel vennootschapsbelastingaanslag opgelegd worden. De betaling van deze belastingaanslag vindt pas plaats in 2014, het jaar waarin door de slechte marktprijzen weinig liquide middelen beschikbaar zijn. Daarnaast brengt het wettelijke verbod, ondanks dat dit verbod buiten werking is gesteld, nog zoveel onzekerheid met zich mee, dat zich problemen kunnen voordoen bij financieringsaanvragen. Derhalve is het van belang om – indien mogelijk – nog actie te ondernemen bij uw aangifte inkomsten- dan wel vennootschapsbelasting voor het belastingjaar 2013 en actie te ondernemen voor het belastingjaar 2014 om deze liquiditeitsproblemen zo veel mogelijk te beperken/vermijden.

Fiscale aandachtspunten

Gezien de huidige omstandigheden in de pelsdierensector is het van belang te bekijken wat de mogelijkheden bij u zijn om het resultaat van 2013 nog te verlagen. Indien dit niet meer mogelijk is, kan er voor het jaar 2014 actie worden ondernomen. Het mogelijke verlies dat hierdoor in 2014 wordt behaald, kan vervolgens terug gewenteld worden naar het jaar 2013 of de daarvoor liggende jaren. Op deze manier kunt u een deel van de betaalde belasting over het verleden terugkrijgen. Bij de verliesverrekening moet u wel op het onderscheid letten tussen de inkomstenbelasting waarbij het verlies 3 jaar terug gewenteld kan worden en bij de vennootschapsbelasting waarbij dit slechts 1 jaar mogelijk is.   

Het resultaat kan mogelijk verlaagd worden door bijvoorbeeld het vormen van voorzieningen of het afwaarderen van onroerende zaken. Via het vormen van een voorziening kunnen toekomstige kosten al in aanmerking worden genomen terwijl de uitgaven nog niet hebben plaatsgevonden. Bij toekomstige kosten kan gedacht worden aan kosten die gemaakt moeten worden in verband met de procedure tegen de Staat, saneringskosten en/of personeelskosten die voortvloeien uit de Wet verbod pelsdierhouderij. Aandachtspunt hierbij is wel dat voor het vormen van een voorziening de bijbehorende voorwaarden in acht genomen moeten worden.

Een andere mogelijkheid om het resultaat te verlagen kan gerealiseerd worden door het afwaarderen van onroerende zaken. Indien de boekwaarde van de onroerende zaken hoger is dan de werkelijke waarde, kan een verlies behaald worden bij een interne overdracht van de onroerende zaken dan wel door de onroerende zaken te waarderen op de lagere waarde. Deze optie is mogelijk niet voor elke pelsdierenhouder geschikt, omdat hiervoor de juiste bedrijfsstructuur aanwezig moet zijn. Ook is van belang in welke mate de onroerende zaken eventueel gebruikt kunnen worden voor andere doeleinden dan de pelsdierenhouderij.

Bij zowel het vormen van een voorziening als het afwaarderen van de onroerende zaken is de uitspraak van de rechtbank Den Haag van belang. Doordat de wet buiten werking is gesteld en er hoger beroep is aangetekend door de Staat, is het nog onbekend of het verbod er uiteindelijk gaat komen. Kortom, gemotiveerd moet kunnen worden of er een redelijke mate van zekerheid is dat het verbod er komt en zijn de onroerende zaken minder waard geworden door het verbod? Derhalve is het van belang om u bij het vormen van een voorziening en/of het afwaarderen van de onroerende zaken bij te laten staan door uw adviseur, zodat voorkomen kan worden dat er ongewenste gevolgen optreden zoals boetes of het betalen van belastingrente.   

Belastingrente

Indien er voor een fiscaal actiepunt wordt gekozen, kan de situatie zich voordoen dat de Belastingdienst hier (nog) niet of niet geheel mee akkoord gaat en de belastingaanslag niet conform uw aangifte oplegt. Bij het opleggen van de aanslag, moet u er rekening mee houden dat de Belastingdienst belastingrente in rekening brengt over de te betalen belasting als de dagtekening van de aanslag 1 juli of later is. De belastingrente wordt dan berekend over een periode van 1 juli tot 6 weken na dagtekening van de aanslag. De hoogte van deze belastingrente is minimaal 4% bij de inkomstenbelasting en minimaal 8% (momenteel zelfs 8,15%!) bij de vennootschapsbelasting.

Op het moment dat u bezwaar maakt tegen de belastingaanslag en hierbij om uitstel van betaling vraagt, wordt er naast de hiervoor genoemde belastingrente eveneens invorderingsrente in rekening gebracht vanaf het moment dat de termijn van de belastingrente is geëindigd. Als u in bezwaar of beroep in het gelijk wordt gesteld wordt een evenredig deel van de in rekening gebrachte belastingrente en invorderingsrente in mindering gebracht. Met andere woorden betekent dit dat als u bezwaar maakt of beroep instelt en dat wordt niet volledig gehonoreerd, dan bent u voor het niet gehonoreerde gedeelte belastingrente en invorderingsrente verschuldigd. Hier staat echter wel tegenover dat als u om uitstel van betaling verzoekt, u op korte termijn over meer liquide middelen beschikt die u kunt aanwenden voor de dagelijkse bedrijfsvoering.

Aanbeveling

Als gevolg van voornoemde ontwikkelingen in de pelsdierensector kunnen liquiditeitsproblemen ontstaan bij pelsdierenhouders. Om dit liquiditeitsprobleem te beperken of te vermijden, kunt u mogelijk actie ondernemen. Het is derhalve raadzaam om contact op te nemen met uw adviseur om de mogelijkheden voor uw specifieke bedrijfssituatie te inventariseren, zodat u vervolgens een weloverwogen keuze kunt maken uit de beschikbare fiscale instrumenten zonder dat u voor verassingen komt te staan.

Mw. A.E. (Anne) van Gorp

Belastingadviseur bij Remie Fiscaal Juridisch Adviesbureau te Uden

Tel. 0413-241060

Bronvermelding: Blad de Pelsdierenhouder, NFE Editie Juli/ Augustus 2014