Uw zaken van alle kanten bekeken.
Fiscaal, juridisch én bedrijfseconomisch.
pelsdierenhouderij
Pelsdierenhouderij

Met ingang van 15 januari 2013 is de Wet verbod pelsdierhouderij (hierna: de Wet) in werking getreden. Deze wet verbiedt het houden en doden van pelsdieren. In de Wet is opgenomen dat pelsdierenhouders tot 1 januari 2024 onder bepaalde voorwaarden mogen doorgaan met hun bedrijf als ze zich begin 2013 voor een overgangsregeling bij RVO hebben gemeld. Hoewel de Hoge Raad nog een oordeel moet geven over het verbod (naar verwachting in de loop van 2017) heeft de staatssecretaris van Economische Zaken, Van Dam, bij kamerbrief van 11 februari 2016 aangekondigd dat er voorbereidingen getroffen worden voor de handhaving van het verbod.

Door de uitspraak van het gerechtshof van 10 november 2015 is de Wet  weer van kracht, wat betekent dat het vanaf 15 januari 2013 verboden is om pelsdierenhouderijen uit te breiden of nieuwe pelsdierenhouderijen op te richten en het slechts onder bepaalde voorwaarde mogelijk is om een pelsdierenhouderij over te dragen of te verplaatsen. De Wet kent thans strafrechtelijke handhaving. De staatssecretaris geeft in zijn Kamerbrief aan dat met het OM is afgesproken dat gedurende de cassatieprocedure de NVWA overtreders van de Wet zal opsporen en proces verbaal zal opmaken en dat dieraantallen zorgvuldig gemonitord zullen worden. Indien het cassatieberoep wordt verworpen (dus de NFE e.a. ongelijk krijgen) zal het OM overtreders bij de strafrechter gaan vervolgen.

De staatssecretaris heeft ook aangegeven dat indien er sinds 15 januari 2013 een omgevingsvergunning is verkregen voor een nieuwe pelsdierenhouderij of een uitbreiding van een bestaande pelsdierenhouderij, ook dan het verbod geldt. Hij verwijst in dat kader naar een kamerbrief van (toenmalig) staatssecretaris Dijksma van 26 juni 2014, waarin pelsdierenhouders gewaarschuwd worden dat handelen in strijd met de (toen buitenwerking gestelde) Wet, bijvoorbeeld door het uitbreiden van pelsdierenhouderijen, op eigen risico is.

Tot slot kondigt de staatssecretaris aan dat thans een wetsvoorstel in voorbereiding is tot wijziging van de Wet om bestuursrechtelijke handhaving mogelijk te maken. Met invoering van een dergelijke wetswijziging zal het mogelijk worden om naast strafrechtelijke handhaving ook een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom aan een overtreder op te leggen.

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben, neem dan vrijblijvend contact met ons op. Dit kan per e-mail (m.vandenwittenboer@remie.nl) of per telefoon (0413-241060). U kunt dan vragen naar mevrouw mr. M.M.F. (Marleen) van den Wittenboer.