Uw zaken van alle kanten bekeken.
Fiscaal, juridisch én bedrijfseconomisch.
Actueel

Datum: 03-10-2017

Pleitbaar standpunt ter voorkoming van boete wegens opzet of grove schuld (kwade trouw); onderbouwing van de gehanteerde uitgangspunten blijft belangrijk

Een standpunt is pleitbaar indien, naar objectieve maatstaven beoordeeld, zodanige argumenten zijn aan te voeren dat niet kan worden gezegd dat men door het innemen van dat standpunt dermate lichtvaardig heeft gehandeld dat het aan opzet of grove schuld te wijten is dat te weinig belasting is geheven. Of dit standpunt ten slotte juist of onjuist wordt bevonden maakt hiervoor geen verschil. 

In een uitspraak van 21 april 2016 bevestigt de Hoge Raad nogmaals dat als aangiften zijn ingediend op basis van een objectief pleitbaar standpunt, er geen sprake kan zijn van kwade trouw als bedoeld in artikel 16 lid 1 AWR en er voor een (vergrijp)boete geen plaats is.  De wet kent - voor een situatie zoals die in het door de Hoge Raad berechte geval, waarbij de belastingplichtige niet bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij geen of een onjuiste of onvolledige aangifte heeft gedaan - geen verplichting voor een belastingplichtige om uit eigen beweging gegevens aan de inspecteur te verstrekken die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van een fiscale aangelegenheid van die belastingplichtige. Het achterwege laten van dergelijke onverplichte informatieverstrekking kan niet leiden tot het verwijt van kwade trouw in de zin van art. 16 lid 1 AWR. Tevens is het tijdstip waarop besloten wordt bepaalde handelingen te verrichten (bijv. het moment van het indienen van de aangifte) van belang voor de beoordeling of er sprake is van een pleitbaar standpunt. Hieruit blijkt ook weer dat bewaren van stukken (dossiervorming) ter onderbouwing van de uitgangspunten ten tijde van het indienen van de aangifte, zeer belangrijk blijft.   

Hoge Raad 21 april 2016, ECLI:NL:HR:2017:638.

 

< Terug naar overzicht