Uw zaken van alle kanten bekeken.
Fiscaal, juridisch én bedrijfseconomisch.
Actueel

Datum: 03-10-2017

Fiscaal vriendelijk en juridisch verantwoord ondernemen: samenwerking met de eigen BV

Remie FJA adviseert haar cliënten vaak om gebruik te maken van een personenvennootschap tussen een natuurlijke persoon en de eigen bv. Hierdoor kan enerzijds geprofiteerd worden van de ondernemingsfaciliteiten in de inkomstenbelasting en anderzijds van de lagere belastingdruk op de overwinst in de VPB. Heel soms leidt deze structuur in de praktijk tot discussie met de Belastingdienst. Voor een aantal adviseurs vormt dit echter voldoende aanleiding om dergelijk samenwerkingsverband af te raden. 

Een oordeel van Hof Arnhem Leeuwarden van 14 februari 2017 en - nog belangrijker – de reactie van de staatssecretaris op dit oordeel laat ons inziens zien dat belastingplichtigen hierdoor niet afgeschrikt hoeven te worden. 

De inspecteur tracht de fiscaal vriendelijke bedrijfsstructuur, waarbij de DGA een samenwerkingsverband aangaat met de eigen bv, vaak - ook in deze casus - via twee stellingen aan te pakken. In de zaak die werd voorgelegd aan Hof Arnhem Leeuwarden was in geschil (1) in hoeverre een DGA die een vof aangaat met een door hem beheerste BV gebruik kan maken van een fiscaal terugwerkende kracht tot 1 januari 2011 en (2) of een dergelijke structuur tot afrekening in box 2 kan leiden. 

In de eerste plaats stelt de inspecteur dat de terugwerkende kracht leidt tot een incidenteel fiscaal voordeel, hetgeen volgens een besluit niet is toegestaan om in aanmerking te komen voor de goedkeuring van het toepassen van een fiscaal terugwerkende kracht van maximaal 9 maanden naar het begin van het jaar van aangaan van de vof. Daardoor zouden de uren die belanghebbende, juridisch namens de holding, heeft gewerkt in de periode voorafgaand aan het sluiten van de vof-overeenkomst in september 2011 niet meetellen voor de toepassing van het urencriterium. Gevolg hiervan zou zijn dat de DGA in 2011 niet in aanmerking komt voor de zelfstandigenaftrek en de willekeurige afschrijving voor startende ondernemers. 

In de tweede plaats stelt de inspecteur dat de aandelen in de holding ten gevolge van het aangaan van de vof tot het verplichte ondernemingsvermogen behoren, waardoor er over meerwaarde in de aandelen van de Holding afgerekend zou moeten worden omdat er sprake is van overgang van box 2 naar box 1 (verschil verkrijgingsprijs - waarde in het economische verkeer van de aandelen (op grond van art. 4.16 lid 1 onderdeel f Wet IB 2001). 

Zowel Rechtbank Noord-Nederland alsook daarna Hof Arnhem-Leeuwarden stellen de inspecteur op beide punten in het ongelijk. De staatssecretaris heeft hier aanvankelijk nog cassatieberoep tegen aangetekend, echter na een heroverweging besluit de staatssecretaris dit cassatieberoep weer in te trekken. Deze procedure bevestigt ons inziens dat een samenwerkingsverband met de eigen BV om verschillende redenen raadzaam en voordelig kan zijn. Als de structuur volgens de regelen der kunst wordt opgezet hoeven belastingplichtigen niet bevreesd te zijn voor de hier besproken discussiepunten met de Belastingdienst.  

Hof Arnhem-Leeuwarden 14-02-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:1075.

< Terug naar overzicht