Uw zaken van alle kanten bekeken.
Fiscaal, juridisch én bedrijfseconomisch.
Actueel

Datum: 12-09-2017

Toets Regeling Fosfaatreductieplan 2017; hoe werkt het?

Op 4 mei 2017 heeft de Rechtbank Den Haag in een kort geding tegen de Staat der Nederlanden de Regeling Fosfaatreductieplan 2017 buiten werking gesteld voor melkveehouders die partij waren in dat kort geding. Er was sprake van zes zaken en dus zes vonnissen.
Het betrof melkveehouders die voor 2 juli 2015 aantoonbaar onomkeerbare investeringsverplichtingen waren aangegaan, gericht op de grondgebonden groei van het bedrijf en/of een biologische bedrijfsvoering. De vonnissen van 4 mei 2017 zijn “bevestigd” door andere vonnissen van de Rechtbank Den Haag van 9 augustus en 16 augustus 2017.

De Staatssecretaris van Economische Zaken is het met verschillende onderdelen van deze vonnissen niet eens. Daarom heeft de Staatssecretaris spoedappèl ingesteld tegen de vonnissen van 4 mei 2017.
De Staat heeft in afwachting van de behandeling van het hoger beroep een zogenoemde lichte toets ontwikkeld voor melkveehouders die zich op het standpunt stellen gelijk te zijn aan de melkveehouders in het kort geding dat tot de vonnissen van 4 mei 2017 heeft geleid. Die melkveehouders kunnen zich melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Aan de hand van een aantal over te leggen stukken kunnen zij aantonen dat zij (ook) grondgebonden zijn gegroeid en vóór de peildatum van 2 juli 2015 onomkeerbare investeringsverplichtingen zijn aangegaan. Indien dat volgens RVO uit de stukken blijkt, worden op grond van de Regeling Fosfaatreductieplan 2017 wel heffingen opgelegd, maar wordt uitstel van betaling verleend en worden reeds geïnde bedragen teruggestort. De Rechtbank heeft deze werkwijze ‘goedgekeurd’.

Aanvraag lichte toets

Om de lichte toets te laten uitvoeren, moet een melkveehouder daartoe een schriftelijke aanvraag indienen. Deze kan gestuurd worden naar:

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Afdeling Juridische Zaken
Postbus 40219
8004 DE Zwolle

De brief/aanvraag moet vergezeld gaan van bewijsstukken.

Investeringsverplichtingen
Om te kunnen beoordelen of het aannemelijk is dat vóór 2 juli 2015 sprake was van aangegane niet terug te draaien (“onomkeerbare”)  investeringsverplichtingen in grond en/of stallen ten behoeve van uitbreiding van de grondgebondenheid, zijn volgens RVO bewijsstukken nodig. Het gaat om de volgende volledige en ondertekende bewijsstukken:

  • omgevingsvergunning of melding activiteitenbesluit;
  • aannemingsovereenkomst die ziet op de nieuwbouw/verbouw van stallen;
  • financieringsovereenkomst die ziet op de verwerving van grond of nieuwbouw/verbouw van
    stallen, niet ouder dan 2010 en niet recenter dan 2 juli 2015. Uitzondering is als de (door beide partijen getekende) aannemingsovereenkomst en de verleende vergunningen dateren van vóór 2 juli 2015;
  • natuurbeschermingswetvergunning (indien van toepassing);
  • koopovereenkomst(en), eigendomsbewijs, uittreksel(s) uit het kadaster;
  • pachtovereenkomst(en);
  • akte zakelijk gebruiksrecht, uittreksel(s) uit het kadaster;
  • overige bewijsstukken die in dit kader van belang zijn.

Biologische bedrijfsvoering
Om te kunnen beoordelen of het aannemelijk is dat er bij een relatie voor 2 juli 2015 sprake is van biologische bedrijfsvoering of omschakeling naar een biologische wijze van produceren, zijn volgens RVO de volgende volledige en ondertekende bewijsstukken en gegevens nodig:

  • Skal certificaat dat ziet op het jaar 2015;
  • verklaring dat het bedrijf op 2 juli 2015 aan het omschakelen was naar een biologische bedrijfsvoering (indien van toepassing);
  • overige bewijsstukken die in dit kader van belang zijn.

Als de melkveehouder door de toets heen komt, wordt hij op een zogenoemde ‘uitsluitlijst’ gezet. Zoals reeds vermeld worden reeds betaalde geldsommen geretourneerd en deze melkveehouder zal, tot aan de uitspraak van het gerechtshof in het spoedappèl, geen nieuwe beschikkingen ontvangen.
RVO waarschuwt melkveehouders dat zij zich wel moeten realiseren dat de Staat hoger beroep heeft aangetekend. Het gerechtshof kan tot een ander oordeel komen dan de rechtbank. Als dat gebeurt, kunnen alsnog heffingen opgelegd worden aan bedrijven, ook voor de periode waarin op grond van de uitspraak van de rechtbank de regeling buiten werking is gesteld. 
Als de melkveehouder niet door de toets heen komt, ontvangt hij een afwijzend besluit.
RVO moet in ieder geval binnen twee weken na indienen van de aanvraag om een lichte toets, een besluit nemen.
Tegen het besluit kan indien gewenst bezwaar worden aangetekend. Daarna staat beroep open. 

Als u meer informatie wenst over het bovenstaande kunt u contact opnemen met Rianne Verbakel. Zij kan u ook ondersteunen bij het indienen van de aanvraag bij RVO.

< Terug naar overzicht