Uw zaken van alle kanten bekeken.
Fiscaal, juridisch én bedrijfseconomisch.
Actueel

Datum: 16-02-2016

Rioolheffing; boerderij en pluimveestallen zijn twee afzonderlijke percelen

De rechtbank Noord Nederland heeft op 28 mei 2015 een uitspraak gewezen in een rioolheffingen-zaak die onlangs werd gepubliceerd. De vraag die de rechtbank diende te beantwoorden, is een boerderij met een woning en losse pluimveestallen aan te merken als één perceel of als twee afzonderlijke percelen voor de rioolheffing. De belanghebbende stelde dat sprake was van twee percelen en dat de pluimveestallen staan op een perceel dat niet  is aangesloten op de gemeentelijke riolering. Om deze reden meende belanghebbende dat hij voor dit perceel geen rioolheffing verschuldigd is. 

Toelichting
De belanghebbende is eigenaar en gebruiker van een boerderij met toebehoren en zes losstaande pluimveestallen met ondergrond. Het boerderijgedeelte is aangesloten op de gemeentelijke riolering, de pluimveestallen zijn dit niet. Voor de WOZ is de onroerende zaak als geheel gewaardeerd als niet-woning.  Het spoelwater dat afkomstig is van de zes losstaande pluimveestallen mag niet op de gemeentelijke riolering worden geloosd, terwijl belanghebbende wel rioolheffing moet betalen.

De aanslag bestaat uit twee gedeelten; een eigenarendeel en een gebruikersdeel. Het gebruikersdeel hangt bij niet-woningen af van de WOZ-waarde. De heffingsambtenaar heeft één aanslag opgelegd voor het geheel, dat hij heeft aangemerkt als niet-woning. Belanghebbende is het hier niet mee eens en vindt dat de aanslag rioolheffing dient te worden verminderd. 

De rechtbank stelt voorop dat voor de uitleg van het begrip onroerende zaak niet de regels van de objectafbakening van de Wet WOZ maatgevend zijn, maar dat moet worden uitgegaan van de civielrechtelijke betekenis van het begrip.

Uit de jurisprudentie volgt dat er twee afzonderlijke onroerende zaken bestaan indien sprake is van twee afzonderlijk van elkaar te gebruiken bouwsels, die weliswaar aan één eigenaar toebehoren, maar zich naar verkeersopvatting lenen voor verticale splitsing door overdracht van de eigendom als afzonderlijke gebouwen.

De rechtbank leidt uit de feiten af dat sprake is van twee percelen en voor beide percelen dient afzonderlijk te worden beoordeeld of hiervoor op grond van de Verordening rioolheffing verschuldigd is. 

De boerderij met toebehoren moet in de zin van de Verordening worden aangeduid als ‘woning’. De rechtbank leidt uit de Verordening af hoe hoog de maatstaf is voor het eigenarendeel en het gebruikersdeel. Ten aanzien van de pluimveestallen overweegt de rechtbank dat nu vaststaat dat dit perceel niet op enigerlei wijze direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, belanghebbende voor dit perceel geen rioolheffing is verschuldigd.
Rechtbank Noord-Nederland 28 mei 2015, http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2015:3641

< Terug naar overzicht