Uw zaken van alle kanten bekeken.
Fiscaal, juridisch én bedrijfseconomisch.
Actueel

Datum: 30-12-2015

Toepassing WEVAB op het moment van verkoop, niet op het moment van levering

De landbouwvrijstelling is van toepassing op voordelen uit landbouwbedrijf ter zake van waardeveranderingen van gronden voor zover de waardeverandering van de grond is toe te rekenen aan de ontwikkeling van de waarde in het economisch verkeer bij voortzetting van de aanwending van de grond in het kader van een landbouwbedrijf, en niet is ontstaan in de uitoefening van het bedrijf. In de hierna beschreven rechtszaak werd grond verkocht, maar vond de daadwerkelijke levering enkele jaren later plaats. De vraag die centraal stond in deze rechtszaak was: welke WEVAB dient te worden gehanteerd bij bepaling van de landbouwvrijstelling , de WEVAB op het moment van het sluiten van de verkoopovereenkomst of de WEVAB op het moment van levering?

Feiten
De bedrijfsactiviteiten van X BV bestonden uit de teelt van potplanten. Op 10 juli 2004 verkoopt X BV een aantal percelen tuinbouwgrond met de daarop aanwezige opstallen, glasopstanden en installaties aan CV Y voor € 5.960.000,--. In verband met een voorkeursrecht van de gemeente en bodemverontreiniging vond de daadwerkelijke levering van de percelen tuinbouwgrond op 3 september 2008 plaats. De WEVAB op het moment van het sluiten van de verkoopovereenkomst bedroeg € 2.709.100,--. De WEVAB op het moment van levering bedroeg € 5.147.290,--. X BV ging in haar aangifte vennootschapsbelasting 2008 voor de landbouwvrijstelling uit van de WEVAB op het moment van levering. De inspecteur ging echter uit van de WEVAB op het moment van het sluiten van de verkoopovereenkomst.

De Hoge Raad oordeelde dat bij de bepaling van de landbouwvrijstelling de WEVAB op het moment van het sluiten van de verkoopovereenkomst diende te worden gehanteerd. De omstandigheid dat het voordeel met inachtneming van goed koopmansgebruik ter berekening van de winst is verantwoord op een ander tijdstip dan het moment waarop de vervreemdingsprijs is bepaald, deed aan het voorgaande niet af. Een andersluidende uitleg zou het ongewenste gevolg hebben dat de omvang van het vrij te stellen voordeel afhankelijk wordt gesteld van keuzes die een belastingplichtige kan maken met betrekking tot het tijdstip waarop het voordeel tot uitdrukking wordt gebracht.

Conclusie
Ingeval van verkoop van een perceel landbouwgrond dient bij de bepaling van het vrij te stellen voordeel op basis van de landbouwvrijstelling, de WEVAB op het moment van het sluiten van de verkoopovereenkomst te worden gehanteerd. Zie: HR, 20-11-2015, nr. 15/02263

 

< Terug naar overzicht